Bouwen aan de toekomst

Als kunstenaars zijn we gewend continue te creëren. Van niets iets maken. Daar zijn we heel goed in… Maar hoe bouw je aan iets dat geen fundering heeft of eigenlijk niet bestaat?

De afgelopen 8 jaar heb ik mijn eigen dansgezelschap opgebouwd. Dit gezelschap heet Misiconi. Wellicht ken je het en zo niet dan zou ik het zeker even checken 😉 Misiconi is inmiddels een prachtige non-profit organisatie geworden waar we elke dag bouwen aan inclusieve podiumkunsten. (Meer over inclusie lees mijn andere blog’s).

Ik en mijn collega’s bij Misiconi hebben voor velen de weg geopend naar een inclusievere werkwijze binnen de dans en het inzicht dat er gewerkt kan worden met gemixte groepen en op gelijkwaardig niveau.

Ondertussen denk ik vaak terug aan al die stappen die gezet zijn en waar ik eigenlijk begonnen ben. Want hoe kun je iets opbouwen als er geen geld en geen fundering is? Inclusiedans was immers iets onbekends en was niet aanwezig in het werkveld.

Toen ik Misiconi net begon in 2013 werkte ik als danser, choreograaf en docent. Ik was net afgestudeerd en moest geld verdienen. Alles pakte ik aan en werkte dubbele uren om wekelijks een studio te kunnen huren om Misiconi te laten bestaan. Er was geen geld om mezelf uit te betalen laat staan de dansers en dus werkte vrijwel iedereen als stagiaire en vroegen we een klein deelnemers budget. Van dit budget betaalden we dan de kostuums of andere dingen die nodig waren voor optredens. Nog steeds ben ik van mening dat je pas kan creëren als je ruimte hebt. Zowel in je hoofd als letterlijke ruimte. Zoals Jules Deelder zo mooi zegt:

Je bent overal
in de ruimte
die je inneemt

Dus waar ik wekelijks mee bezig was, was ruimte creëren. Voor mezelf en de dansers. In de tussentijd ging ik in gesprek met mensen en probeerde ook samenwerkingen aan te gaan. Het was niet altijd makkelijk, maar stap voor stap kwam er vooruitgang en vonden we een weg naar groter bereik.

Doorbouwen

Vanaf 2017 werd onze roep gehoord en paste fondsen hun beleid langzaam aan. Ook vond ik een manier om binnen de kaders te passen, om subsidie aan te vragen. We vielen voor die tijd vaak buiten de boot gewoonweg omdat we niet paste in het beleid. We hebben heel wat crowdfundingen gedaan in de eerste jaren van Misiconi.

Nu heeft Misiconi sinds begin 2021 een meer structurele geldstroom mede door subsidie kunnen we nog meer professionaliseren. We kiezen er bewust voor om onafhankelijk te zijn van een zorginstelling en te focussen op artistiek inhoudelijk werk. We zijn inhoudelijk in onze keuze altijd onafhankelijk. Dit is uniek in Nederland.

Nog steeds ben ik aan het bouwen, op de fundering die we bij Misiconi hebben gemaakt. Het belang van verder bouwen voor een nieuwe generatie dansmakers is wat ik aan de dans- markt heb toegevoegd. En gelukkig zie ik inmiddels om mij heen dat jonge makers ook artistiek inhoudelijk werk willen maken en werken op structurele basis. Helaas, vaak wel verbonden aan een zorgorganisatie of instelling. Dit als gevaar dat inclusiviteit in het gering komt, doordat er vaak één vaste doelgroep deelneemt. Want veel zorginstellingen hebben alleen baadt dat hun zorginkopers plek krijgen in de ‘dagbesteding’/ ‘gezelschap’.

Voor de toekomst hoop ik dat inclusiviteit niet alleen maar over 1 of 2 doelgroepen gaat, maar dat er voorbij de labels word gekeken.

Building on the future

As artists we are used to creating continuously. Making something out of nothing. We’re very good at that… But how do you build something that has no foundation or doesn’t actually exist?

Over the past 8 years I have built my own dance company. This company is called Misiconi. You may know it and if not I should definitely check it out 😉 Misiconi has now become a wonderful non-profit organization where we build inclusive performing arts every day. (More about inclusion read my other blogs).

Me and my colleagues at Misiconi have opened the way for many to a more inclusive way of working within dance and the insight that it is possible to work with mixed groups and on an equal level.

In the meantime, I often think back to all those steps that have been taken and where I actually started. Because how can you build something if there is no money and no foundation? Inclusive dance was after all something unknown and was not present in the professional field.

When I first started Misiconi in 2013, I worked as a dancer, choreographer and teacher. I had just graduated and had to earn money. I tackled everything and worked double hours to be able to rent a studio every week to make Misiconi exist. There was no money to pay myself and the dancers, so almost everyone worked as an intern and we asked for a small participant budget. From this budget we paid for the costumes or other things needed for performances. I still believe that you can only create if you have space. Both in your head and literally space. As Jules Deelder so beautifully puts it:

you are everywhere
in space
that you take

So what I was doing on a weekly basis was creating space. For myself and the dancers. In the meantime, I started talking to people and also tried to enter into collaborations. It wasn’t always easy, but step by step progress was made and we found a way to greater reach.

Continuing

From 2017, our call was heard and funds slowly adjusted their policies. I also found a way to fit within the framework, to apply for a subsidy. Before that time we often did not qualify simply because we did not fit in with the policy. We did a lot of crowdfunding in the early years of Misiconi.

Now Misiconi has had a more structural flow of funds since the beginning of 2021, partly thanks to subsidies, we can professionalize even more. We consciously choose to be independent from a healthcare institution and to focus on the artistic aspects and content of the work. We are always independent in our choice. This is unique in the Netherlands.

I’m still building on the foundation we made at Misiconi. The importance of building further for a new generation of dance makers is what I have added to the dance market. And luckily now I see that young makers also want to create artistic content and work on a structural basis. Unfortunately, often linked to a care organization or institution. With the danger that inclusivity will be neglected, because one fixed target group being the only participants. This because many care institutions only benefit from the fact that their care purchasers are given a place in the ‘daytime activities’/’company’.

For the future, I hope that inclusiveness is not just about 1 or 2 target groups, but that people look beyond the labels…

Geef een antwoord